Studeren naast een bijbaan: waar de blokken echt zitten

Studeren naast een bijbaan: waar de blokken echt zitten

Donderdagavond, 21.15. Het rooster voor volgende week komt binnen in de app van je werk. Dinsdag avonddienst tot 22.30, woensdag vrij, donderdag van 15.00 tot sluit, zaterdag dubbel.

Het weekschema dat je in september maakte, met leerblokken op dinsdag- en donderdagavond, is daarmee voor de vierde keer dit blok onbruikbaar geworden.

Je hebt geen discipline tekort. Je hebt een schema gemaakt dat uitgaat van een week die zich herhaalt, en jouw week doet dat niet.

De regel: plan geen tijdstippen, plan één regel

Een vast rooster kun je in de agenda zetten. Een wisselend rooster kun je alleen met een regel vangen, en de regel die het meeste oplevert is deze: het eerste blok van de dag valt binnen drie uur na opstaan, wat de klok dan ook zegt.

Sta je om 7.00 op voor college, dan is dat 7.30 of de eerste vrije uur van de dag. Sta je om 10.30 op na een sluitdienst, dan is het 11.30. Het uur verschuift; de plek in je dag niet.

Dat is de enige afspraak die een rooster overleeft dat je pas op donderdag te zien krijgt.

Vier soorten week, vier verschillende blokken

Je hebt geen week. Je hebt vier soorten dag die in wisselende volgorde langskomen, en ze verdragen heel verschillend werk.

Soort dag Waar het blok zit Wat het aankan
Collegedag zonder dienst 45 min voor het eerste college Het zwaarste: nieuwe stof, opgaven, schrijven
Collegedag met avonddienst Het gat tussen college en dienst, 60 min Middelzwaar: uitwerken, samenvatten, herhalen
Vrije dag Twee blokken van 50 vóór 13.00 Het zwaarste, en dan is de dag klaar
Dienstdag, vroeg of dubbel 30 min vóór vertrek Alleen ophalen: overhoren, artikelen, woordjes

Kijk wat die tabel doet: hij voegt geen minuut aan je week toe. Hij verplaatst alleen welk soort werk in welk gat gaat, en die herverdeling is het grootste deel van de winst die er te halen valt.

Het blok vóór je dienst is het onderschatte gat. Dertig minuten om 15.30, met je tas al klaar bij de deur, is dertig minuten waarin je niets anders had gedaan dan op je telefoon kijken. Het is bovendien vroeg genoeg op de dag dat je hoofd er nog is.

Het gat ná de dienst is bijna nooit het gat dat je denkt. Om 23.00 thuiskomen en dan nog “even een uurtje” is in de praktijk twintig minuten werk met veertig minuten schuldgevoel eromheen. Zet daar niets in en je slaapt beter, wat de volgende ochtend terugbetaalt.

Wat er in de trein en op de fiets past

Op de fiets past niets. Dat is geen leertijd, dat is verkeer, en jezelf overhoren terwijl je de Amsterdamse binnenstad doorfietst is een slecht idee met twee soorten risico.

In de trein of de bus past één ding: ophalen wat je al een keer hebt gezien. Vragen die je jezelf stelt, tien begrippen, een lijstje artikelen, de vier stappen van iets. Geen nieuwe hoofdstukken, geen opgaven, geen laptop op je schoot.

Dat onderscheid tussen nieuw laden en terughalen is de belangrijkste indeling die je in deze situatie hebt. Nieuw laden vraagt een aanloop van tien tot vijftien minuten en gaat dus alleen in een blok dat lang genoeg is. Terughalen begint meteen en past in elke restminuut.

Hoeveel uur werken past er nog naast?

Daar is geen getal voor dat voor jou geldt, en iedereen die er een noemt kent jouw opleiding niet, jouw huur niet en jouw slaap niet.

Wat wel werkt is twee weken meten voordat je iets besluit. Schrijf per dag op hoeveel minuten er echt geconcentreerd werk in zaten — geen uren in de UB, geen aanwezigheid, minuten waarin iets ontstond. Tel op, deel door veertien.

Dat getal is je werkelijke dagcapaciteit naast je huidige aantal diensten. Ligt het onder wat je opleiding vraagt, dan is de rekensom niet “harder proberen” maar één van drie dingen: minder diensten, minder vakken dit blok, of accepteren dat er iets blijft liggen. Alle drie zijn eerlijke antwoorden. “Gewoon efficiënter worden” is dat niet.

En als minder diensten financieel niet kan — wat voor veel mensen simpelweg zo is — dan is minder vakken de eerlijkere knop. Een blok waarin je drie vakken haalt in plaats van vier vakken half, is over een jaar sneller.

Het blok van 6.55 laten bestaan

Een blok vroeg op de dag houdt geen stand op wilskracht om 6.55. Het houdt stand door een kwartier de avond ervoor.

  1. Leg de tafel klaar voor je gaat slapen. Boek open op de bladzijde, pen erop, laptop met het juiste tabblad. Nul beslissingen om 7.00.
  2. Wekker om 6.45, telefoon niet naast je bed. Opstaan om hem uit te zetten is de helft van het werk.
  3. Geen mail, geen appjes, geen rooster kijken vóór het blok. Eén bericht uit de werkgroep trekt je veertig minuten te vroeg de dag in.
  4. Vijfenveertig minuten met een klok, niet “tot ik weg moet”. Het einde moet gezet zijn door iets anders dan jij die op je telefoon kijkt.
  5. Eén doel in één zin, gisteravond opgeschreven. “Opgaven 3 tot 7 van hoofdstuk 2 af.” De taak kiezen om 7.00 is precies hoe het blok verdwijnt.

Vier van zulke ochtenden is drie uur per week uit je beste uren. Opgeschreven lijkt dat weinig. Over een heel blok is het het verschil tussen wel en niet meedoen aan de tentamens, en dat merk je pas als het te laat is om het nog te veranderen.

Welke uren van jou de beste zijn, kun je overigens in vijf dagen uitzoeken in plaats van gokken — drie letters per dag opschrijven kost bijna niets en wijst het aan.

Het weekend is geen opslagruimte

De verleiding bij een wisselend rooster is uitstellen: doordeweeks bijna niets en dan zaterdag acht uur om het in te halen.

Dat compenseert niet. Acht aaneengesloten uren op zaterdag leveren duidelijk minder op dan vijf blokken van vijftig minuten verspreid over de week, en ze eten bovendien de enige dag op waarop je er niet aan hoefde te denken.

Twee blokken op zaterdagochtend en één op zondagochtend dekken wat nodig is en laten de middagen vrij. Zondagmiddag wordt niet gestudeerd: je zet in tien minuten de week klaar, kijkt je rooster in, en doet de map dicht.

Wanneer dit niet opgaat

Nachtdiensten. Werk je van 23.00 tot 7.00, dan is “binnen drie uur na opstaan” nog steeds de regel, maar je dag begint om 15.00 en je moet de rest van dit artikel spiegelen. Wat je niet moet doen is proberen ook nog een ochtendmens te zijn op je vrije dagen; twee ritmes tegelijk draaien kost meer dan het oplevert.

Zorgtaken thuis. Een broertje ophalen, een ouder die hulp nodig heeft. Die uren staan niet in een rooster en zijn niet te verzetten. Reken ze mee als diensten in je tweewekenmeting, anders meet je een week die niet bestaat.

Een tentamenperiode. Dan houdt deze verdeling op te gelden en neemt de kalender het over. Vraag ruim van tevoren vrij — de meeste roosters worden weken vooruit gemaakt en een verzoek in dezelfde week is bijna altijd te laat. Hoe je die weken indeelt staat in de tentamenweek plannen.

Je hebt geen enkel gat groter dan een halfuur. Dan is dit geen leerprobleem meer maar een agendaprobleem, en dat los je hogerop op: welke methode bij welk soort week past begint precies met dat langste gat opmeten.


Fomodo telt de minuten en houdt het verloop bij, zodat je na twee weken je eigen capaciteit kunt uitrekenen in plaats van hem te schatten. De eerlijke beperking hier: het dagdoel is één getal voor alle dagen. Je kunt er niet 60 minuten van maken op een vrije woensdag en 15 op een dubbele zaterdag, terwijl dat precies het verschil is tussen jouw dagen. Voor een wisselend rooster is het dus een grove maat, en je zet hem het best op je slechtste soort dag.

Wat wel past bij deze manier van werken is het startwidget op je beginscherm, in drie formaten. Om 6.58, met je jas nog half aan, is één tik genoeg en loopt de klok — zonder de app te openen en zonder iets te kiezen. Beslissingen zijn op dat tijdstip peperduur.

Leg vanavond je boek open op tafel. Morgenochtend om 7.00 ben je jezelf dankbaar, en je wint er de donderdagavond mee terug.

MT
Minh Trần

Schrijft over de wetenschap van aandacht en het bouwen van focustools.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *