Tentamenweek plannen: achterstevoren, niet vooruit
Het vel hangt sinds zondag boven je bureau. Vijf tentamens, negentien dagen, elke regel in een andere kleur, acht uur per dag, zondagen inbegrepen.
Het is woensdag. Van maandag staan twee regels open, van dinsdag drie, en je bent nog niet begonnen omdat je eerst het plan wilde bijwerken.
Het plan was niet te ambitieus. Het was verkeerd om gerekend: van vandaag naar voren, in uren die niet bestaan, in plaats van vanaf elke datum terug, in dagen die wel bestaan.
De regel: elk vak bezit de drie dagen vóór zijn eigen tentamen
Al het andere wordt daarvóór verdeeld. Dat is de hele planning en ze past op een ansichtkaart.
De drie dagen voor een tentamen zijn de waardevolste tijd die je voor dat vak ooit zult hebben. Daar zit de stof nog vers, daar telt elke herhaling, daar betaalt een oefententamen zich uit. Wie vooruit plant, verstookt die dagen aan het vak dat net geweest is, en loopt elk tentamen binnen met de stand van anderhalve week geleden.
Zet dus eerst de data in. Dan de drie dagen ervoor. Pas daarna de rest.
Terugrekenen, aan een voorbeeld
Vijf tentamens, negentien dagen. Data: Statistiek op de 9e, Macro op de 12e, Recht op de 16e, Marketing op de 20e, Bedrijfskunde op de 24e.
| Periode | Van wie | Wat erin gebeurt |
|---|---|---|
| 1–5 | Alle vijf, in stukjes | Eerste ronde per vak, twee sessies elk. Daarna weet je wat je niet kunt |
| 6–8 | Statistiek | Oefententamen op de 6e, gaten op de 7e, herhaling op de 8e |
| 9–11 | Macro | De tentamendag telt niet als leerdag. Op de 10e oefententamen, op de 11e gaten |
| 13–15 | Recht | Artikelen zijn stampwerk: kort, vaak, drie dagen lang |
| 17–19 | Marketing | Twee dagen zijn hier genoeg, de derde gaat naar Bedrijfskunde |
| 21–23 | Bedrijfskunde | Het laatste blok. Alles ervoor is allang geschreven |
Twee dingen springen er meteen uit, en allebei zijn ze het eigenlijke punt.
De 12e en de 16e staan niet als leerdag in de tabel. Een tentamendag is een tentamendag. Wie de middag erna volplant, plant een persoon in die er die avond niet zal zijn.
De eerste vijf dagen zijn van alle vijf de vakken tegelijk. Dat voelt rommelig en het is de spreiding zonder welke de rest niet werkt. Een vak dat je op de 3e voor het eerst opendoet en op de 21e weer, is een vak dat je twee keer hebt geleerd in plaats van één keer — precies waar het onderzoek naar spreiden over gaat.
Wat er echt in een week past
Hier bestaat geen onderzoeksgetal, en wie er een noemt gokt met vaste stem. Wat wel bestaat zijn twee weken van je eigen gegevens — en tot die er zijn, een vuistregel.
Reken op vier tot vijf uur echte leertijd op een doordeweekse dag en plan daar tachtig procent van in. Niet omdat je niet meer kunt, maar omdat de rest van de dag ook plaatsvindt: fietsen, eten, een was, een telefoontje van thuis dat twintig minuten duurt.
| Als je plan zegt … | Zet er dan … | Waarom |
|---|---|---|
| 8 uur per dag | 4 uur plus één open middag | Die open middag vangt op wat dinsdag meeneemt |
| 6 dagen per week | 5 dagen plus een inhaaldag | De inhaaldag is niet vrij. Hij is de reparatie |
| “’s ochtends statistiek” | “9.00–10.40, oefententamen 2021, opgave 1–4” | Een tijdvak zonder resultaat rekt zich uit tot het de ochtend vult |
De inhaaldag is het onderdeel dat iedereen schrapt en iedereen nodig heeft. Zonder die dag wordt de eerste verloren middag een schuld die je tot de 24e meedraagt.
Hoeveel uur per dag is realistisch?
Neem je laatste normale collegedag en tel hoeveel daarvan geconcentreerd werk was — geen aanwezigheid, geen uren in de UB, maar minuten waarin er daadwerkelijk iets ontstond.
Dat getal is je uitgangspunt. In een tentamenperiode ligt het hoger, omdat de druk echt is, maar niet twee keer zo hoog. Wie normaal drie uur haalt, haalt nu misschien vijf, geen tien.
En kun je het niet zeggen, houd het dan twee dagen bij voordat je een plan schrijft. Twee dagen kosten minder dan een plan dat vanaf woensdag alleen nog een verwijt is.
Oefententamens horen vooraan, niet achteraan
De gebruikelijke volgorde luidt: eerst alles leren, dan als beloning een oud tentamen. Die volgorde staat precies verkeerd om.
Een oefententamen is een diagnose. Een diagnose drie dagen voor de datum benoemt gaten die je nog kunt dichten. Dezelfde diagnose op de avond ervoor is een horoscoop.
Dus: eerste ronde door de stof, dan meteen een oefententamen op tijd, dan de gaten. Wie bij de eerste poging een 4 haalt, heeft geen slechte dag gehad maar een lijst gekregen.
Levert je studievereniging niets op, dan volstaat het oefententamen uit de laatste collegeweek ook, zonder antwoorden ernaast, met een klok erbij.
De week voor het eerste tentamen
| Dag | Ochtend | Middag | Avond |
|---|---|---|---|
| Ma | Vak 1, eerste ronde, 2 × 50 | Vak 2, eerste ronde, 2 × 50 | Ophalen zonder aantekeningen, 25 min |
| Di | Vak 1, oefententamen op tijd | Eerlijk nakijken, gatenlijst | Vrij vanaf 19.00 |
| Wo | Alleen de gaten van dinsdag | Vak 3, eerste ronde | Ophalen: vak 1 + 2 |
| Do | Vak 1, tweede oefententamen | Nakijken, korte herhaling | Vrij |
| Vr | Vak 1, alleen de oude gaten | Inhaalblok, open | Vroeg naar bed |
| Za | Vak 1: tentamen | — | — |
| Zo | Inhaaldag | Vak 2 oppakken | Ophalen: vak 2 |
De regels met “vrij” zijn geen luiheid, ze zijn de reden dat de zondag nog werkt. De vorm van de losse sessies verandert in een tentamenweek niet. Alleen de kalender wordt harder.
Als het plan scheurt
Het scheurt. Bij vijf tentamens in drie weken scheurt elk plan minstens één keer, en het verschil zit in wat je de dag erna doet.
Een verloren dag haal je niet in, die schrijf je af. Streep hem door en draai het plan vanaf morgen verder. Wie verloren uren over de restweek uitsmeert, maakt van één slechte dag er vijf.
Twee overgeslagen dagen zijn iets anders dan één. Dat is de plek waar leerperiodes kantelen — de nooit-twee-keer-regel geldt hier harder dan in het gewone blok, omdat je geen zes weken hebt om te herstellen.
Ziek is ziek. Wat je moet doen om je af te melden, welke termijn geldt en hoe een geldige reden eruitziet, staat in je onderwijs- en examenregeling en verschilt per opleiding. Lees dat document op een goede dag en niet op de ochtend van het tentamen, en bel bij twijfel de examencommissie.
Kijk na wanneer de herkansing valt, vóórdat je gaat plannen. Of je één herkansing hebt of twee, en of die in dezelfde periode of pas over een halfjaar zit, verandert de hele verdeling. Twee vakken met een herkansing volgende maand zijn iets heel anders dan twee vakken met een herkansing in juni.
Soms is de juiste beslissing om één tentamen bewust minder goed te maken. Staan er vier vakken tussen de 6 en de 8 en hoeft het vijfde alleen gehaald te worden, dan krijgt dat vijfde twee dagen en geen drie. Dat is geen capitulatie, dat is verdeling. Wie die keuze niet bewust maakt, maakt hem op de 23e om 2.00 alsnog.
En loopt er naast de tentamenweek ook nog een baan, dan is de rekensom een andere: hoe je studeert naast een bijbaan met een wisselend rooster staat apart, want daar bepaalt het rooster de blokken en niet jij.
Fomodo houdt de sessies, de minuten per vak en het verloop bij, zodat je op de inhaaldag niet hoeft te raden waar de week heen is gegaan. Wat de app niet weet: je tentamendata. Er is geen aftelling naar een datum, geen plan dat zichzelf schrijft, en geen vraag of Statistiek deze week eigenlijk wel is langsgekomen. De tabel hierboven ontstaat op papier of ze ontstaat niet.
Eén ding neemt de app je in het klein af: elk vak kan een eigen taak zijn, en die taak onthoudt de modus waarin je hem het laatst draaide. Statistiek start als blok van vijftig minuten, artikelen stampen als ronde van twintig, zonder dat je daar twee keer per dag instellingen voor opent.
Zet eerst de vijf data in. Dan de drie dagen ervoor. De rest is verdeling, en die gaat snel.